Nieuws

Gezamenlijk beeld van toekomstige zoetwaterbeschikbaarheid

Voldoende water van goede kwaliteit voor mens en natuur. Al vier decennia zit zoetwaterbeschikbaarheid in het hart van KWR. Sinds de droge zomers van 2018 en daarna, is er een dimensie bijgekomen: het zoeken naar aanvullende bronnen. Zoetwaterbeschikbaarheid gaat over afwegingen tussen te droog en te nat. Over rekening houden met andere gebruiksfuncties dan drinkwater. Welk onderzoek uit 2024 hielp een gemeenschappelijk beeld te vormen over deze maatschappelijke opgave? 

Door de droogte van enkele jaren geleden zijn we hard geconfronteerd met de grenzen van ons Nederlandse watersysteem, vindt Klaasjan Raat, geohydroloog bij KWR. “Zoetwaterbeschikbaarheid kwam bovenaan de bestuurlijke agenda’s te staan.” Collega Ruud Bartholomeus, hoofdonderzoeker Ecohydrologie en Chief Science Officer van KWR, vult aan.Drinkwaterbedrijven moeten rekening houden met andere gebruikers, zoals natuur, landbouw en industrie. Als onderzoekers hebben wij de taak om onafhankelijk te laten zien waar de problemen zitten. We bewegen niet mee met de dagelijkse teneur, publieke opinie en politiek. KWR pakt de rol om kansrijke oplossingsrichtingen aan te reiken, knelpunten te benoemen.” Raat vat treffend samen hoe KWR werkt aan zoetwaterbeschikbaarheid: Met feitenduiding, communicatie en langetermijnvisie ondersteunen we het maatschappelijk debat.” 

De verbinding maken

Omdat het speelveld van de drinkwatersector verandert, vraagt dit om het maken van verbinding. Bartholomeus: “Zoetwaterbeschikbaarheid is niet iets wat je in je eentje realiseert. Drinkwaterbedrijven moeten en willen hun activiteiten duurzaam inbedden in de omgeving. Het programma Water in de Circulaire Economie (WiCE) richt zich juist op samenwerking met waterpartners. Het WiCEproject Samen voor balans in watervraag en -aanbod dat in 2024 is afgerond, biedt een voedingsbodem om de praktijk met watersysteemdenken en -modelleren verder te helpen. Resultaat van het project is een raamwerk dat inzichtelijk maakt hoe een maatregel in de ene sector doorwerkt in de andere. “We merken een groeiende behoefte aan watersysteemdenken en -modelleren”, zegt Bartholomeus. “Want bij zoetwaterbeschikbaarheid gaat het inmiddels niet alleen over technische details, maar vooral over een gemeenschappelijk beeld van de richting waar het watersysteem heen moet. Daarom is het belangrijk een draagvlak te creëren voor maatregelen waar deze tijd om vraagt. Dat is best ingewikkeld.” 

Geweten van de watersector

Een mooi voorbeeld van een vervolg op het project is het nader duiden van de inhoud van de Droogteagenda die voor Noord-Brabant is opgesteld. Stip op de horizon voor deze agenda is een robuust watersysteem in 2040. Brabant Water was een van de dertien partijen die in 2021 het Grondwaterconvenant hebben ondertekend, waar de Droogteagenda uit voortvloeit. Geen eenvoudig proces, weet Marleen van der Velden, beleidsadviseur bij het drinkwaterbedrijf. “We onttrekken ons water uit grondwater en ervaren hierbij steeds meer uitdagingen”, vertelt zij. “Herstel van het watersysteem zie ik als belangrijkste opgave voor Noord-Brabant. Landbouw, natuur en industrie maken aanspraak op hetzelfde water. Ook al zoekt Brabant Water naar andere bronnen, zoals brak water en zeewater, zoet grondwater zal voor ons altijd het belangrijkste blijven. In het gesprek met anderen moeten we er dus voor zorgen dat onze bronnen hun positie behouden.” Voor de Droogteagenda heeft KWR in opdracht van de provincie Noord-Brabant uitstekend geholpen met het inzichtelijk maken van de samenhang tussen de verschillende maatregelen, gaat Van der Velden verder. “KWR is heel sterk in het visualiseren, het vertalen van complexe materie in aansprekende infographics. Daarmee kunnen we ook mensen die verder afstaan van de inhoud meenemen in het gesprek. Ook vind ik het fijn dat KWR objectief is en vanuit de feiten redeneert. Zelfs wanneer dat voor mij als drinkwaterpartij een beetje pijn doet. Dat eigenbelang moet je soms inleveren als het gaat om het grotere geheel.” Je zou kunnen zeggen dat KWR het wetenschappelijk geweten is van de watersector. Ziet Van der Velden dat ook zo? “Ja, eigenlijk wel. En de onderzoekers houden mij scherp, hun kennis verrijkt mij. Dit helpt mij een deskundige partner te zijn als ik met anderen in gesprek ben.” 

Sectoroverstijgende kennis

De kennis over aanvullende bronnen die KWR voor de drinkwatersector ontwikkelt, is tevens inzetbaar voor de bredere watersector. Zo blijkt uit Verantwoord infiltreren en aanvullen, een van de projecten binnen het Kennisprogramma DROOGTE! van STOWA. Doel is om praktische handvatten aan te reiken bij het onderzoeken of en hoe infiltratie en grondwateraanvullingen verantwoord kunnen worden uitgevoerd, met behoud van waterkwaliteit. “Deze kwestie is vanuit de waterschappen en provincies naar voren gebracht”, vertelt Rob Ruijtenberg van Bureau WeL, in opdracht van STOWA verantwoordelijk voor de projectuitvoering. “We hebben KWR gevraagd om de inhoudelijke kennis over maatregelen voor bodeminfiltratie te definiëren. Voor eindgebruikers is het noodzakelijk dat zij de gewenste route kunnen volgen waarin zowel de waterkwantiteit als de waterkwaliteit worden gewaarborgd.” Het project werd ingestoken in samenwerking tussen KWR, Deltares en FLO Legal, een juridisch adviesbureau, gespecialiseerd in water. Deze combinatie tussen fysisch inhoudelijke expertise en kennis op gebied van wet- en regelgeving was nodig omdat juridisch gezien nog onduidelijkheden over bodeminfiltratie bestaan. “Alleen al het woord ‘infiltreren’ betekent in beide domeinen iets anders”, vertelt Ruijtenberg. “Als je water in de bodem brengt om dit niet terug te winnen, is dit juridisch gezien hetzelfde als lozen. Dat is in de hydrologie niet zo. Het was dus nodig om een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen, dat is goed gelukt.” In april wordt het projectrapport met beslisschema’s verwacht. De praktijk zit erom te springen, weet Ruijtenberg. “Er ligt nu een raamwerk dat in een aantal casussen is getoetst. Waterschappen, provincies en gemeenten willen er graag mee aan de slag. Hoe het in kleinschalige gevallen uitwerkt en of het praktisch werkbaar is, moet ik nog zien. Maar ik heb alle vertrouwen.” 

Strategieën voor de lange termijn

Onderzoekers Bartholomeus en Raat kijken uit naar de ontwikkelingen rond zoetwaterbeschikbaarheid in 2025. Zij noemen de verkenningen van brak grondwater als aanvullende bron in het Freshman-project bij Dunea, die de afronding nadert. En het vierjarige Europese project RECREATE, dat juist nog aan het begin van de uitvoering staat. In dit project werken KWR en PWN onder meer samen aan een beslissingsmatrix voor de ontwikkeling van adaptieve waterbeheerpaden. Raat: “RECREATE markeert de veranderingen rond zoetwaterbeschikbaarheid sinds 2018. We werken niet langer alleen aan de bouwstenen voor voldoende water van goede kwaliteit en aanvullende bronnen, maar juist ook aan strategieën voor de lange termijn.” De natte zomers van de afgelopen jaren en de gedraaide politieke wind, vragen om extra inspanningen die de aandacht vasthouden, waarschuwt Bartholomeus. “Werken aan zoetwaterbeschikbaarheid, betekent dat niet alles overal meer kan. Welke drinkwaterbronnen gebruik je waar, bijvoorbeeld. Of welk type landbouw doe je op welke plek. Deze vraagstukken plaatsen ons voor een ingewikkelde opgave die iedereen raakt. KWR wil helpen om met gedegen onderbouwing hier goed doorheen te komen. Wij zijn meer dan wetenschappers. We zijn onderzoekers, met voelsprieten voor wat leeft in praktijk en beleid. Pas dan kun je betekenisvol zijn.” 

 

delen